ECLI:NL:RBDHA:2023:12441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen opleggen beslistermijn in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin een beslistermijn van twintig weken aan verweerder werd opgelegd om een besluit te nemen op haar aanvraag. Zij betoogde dat eerst nader onderzoek had moeten plaatsvinden voordat een dergelijke termijn kon worden opgelegd, en dat de termijn strijdig zou zijn met de Gezinsherenigingsrichtlijnen.
De rechtbank overweegt dat in verzet alleen kan worden beoordeeld of de vereenvoudigde behandeling zonder zitting terecht is toegepast. Argumenten die ook in een normale behandeling hadden kunnen worden aangevoerd, leiden niet tot twijfel over de uitkomst. De rechtbank volgt opposante niet in haar standpunt en verwijst naar jurisprudentie waarin een beslistermijn van twintig weken passend wordt geacht wanneer nog geen inhoudelijke behandeling van de aanvraag heeft plaatsgevonden.
De rechtbank concludeert dat het opleggen van de termijn terecht is en verklaart het verzet ongegrond. De eerdere uitspraak blijft daarmee in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak met oplegging van een beslistermijn van twintig weken blijft in stand.