ECLI:NL:RBDHA:2023:12446

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
21 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.14170
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 17 DublinverordeningArtikel 20 lid 1 ProcedurerichtlijnHandvest voor de Grondrechten van de Europese UnieVerdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2023 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

Eiser betwist dat Spanje verantwoordelijk is, omdat hij stelt daar geen asiel te hebben aangevraagd. De rechtbank volgt dit niet en stelt dat op grond van een Eurodac-treffer mag worden vertrouwd op de juistheid van de informatie. Eiser slaagt er niet in dit aannemelijk te maken. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat zou inhouden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt ten aanzien van Spanje, wordt verworpen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder geoordeeld dat dit beginsel onverkort blijft gelden.

Eiser stelt slachtoffer te zijn van pushbacks in Spanje, maar heeft dit niet onderbouwd en de procedure richt zich uitsluitend op de behandeling van Dublinclaimanten. Zijn verwijzing naar het AIDA-rapport en zijn persoonlijke omstandigheden, zoals gezinshereniging, leiden niet tot een andere beoordeling. De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat Spanje verantwoordelijk is en dat er geen reden is om de asielaanvraag zelf te behandelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.14170
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 10 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.C.W. van der Zanden, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen J. Bourik. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Allereerst wordt door eiser betwist dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag omdat eiser, naar hij stelt, in Spanje geen asiel heeft aangevraagd. De rechtbank volgt eiser daarin niet. Via een treffer in Eurodac heeft verweerder vastgesteld dat eiser eerder in Spanje is geweest en daar asiel heeft aangevraagd. Verweerder mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel op vertrouwen dat de informatie in Eurodac klopt. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat deze informatie onjuist is. De enkele ontkenning van eiser dat hij asiel heeft aangevraagd in Spanje is daarvoor onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.
2. Verder beroept eiser zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening. [1] Hij voert daartoe aan dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel uitgegaan mag worden. In beginsel mag verweerder uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Afdeling [2] heeft bij uitspraak van 29 maart 2023 [3] overwogen dat dit nog onverkort geldt ten aanzien van Spanje. Het is daarom aan eiser om aannemelijk te maken dat Spanje zijn verdragsverplichtingen ten opzichte van eiser niet zal nakomen. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser hierin niet geslaagd.
3. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij meerdere keren slachtoffer is geweest van pushbacks, alvorens hij erin slaagde het grondgebied van Spanje te betreden. Daargelaten dat eiser deze stelling niet heeft onderbouwd, geldt dat in deze procedure enkel wordt beoordeeld hoe Spanje omgaat met overgedragen Dublinclaimanten. Eiser heeft niet onderbouwd dat ook Dublinterugkeerders in Spanje met pushbacks te maken hebben dan wel anderszins geconfronteerd worden met een schending van artikel 4 van Pro het Handvest [4] of artikel 3 van Pro het EVRM. [5]
4. Voor zover eiser verwacht problemen te krijgen bij het verkrijgen van opvang, ligt het op zijn weg om daarover te klagen bij de (hogere) autoriteiten in Spanje. Het is de rechtbank niet gebleken dat klagen op voorhand zinloos of onmogelijk is. Eisers verklaring dat hij vijf keer eerder in Spanje heeft geklaagd over het uitblijven van opvang is niet onderbouwd.
5. Verder heeft eiser verwezen naar het AIDA-rapport ‘Spain 2022 Update 2022’ van 23 april 2023. Daarbij heeft hij echter niet concreet toegelicht in welk opzicht dat rapport een wezenlijke verslechtering inhoudt van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten ten opzichte van de situatie waar de Afdeling al over heeft geoordeeld.
6. Voor zover eiser stelt dat hij in Spanje geen recht had op rechtsbijstand, heeft verweerder er terecht op gewezen dat volgens de Spaanse wetgeving recht op rechtsbijstand ontstaat na afwijzing van een asielaanvraag. De Spaanse asielprocedure is derhalve in overeenstemming met artikel 20, eerste lid, van de Procedurerichtlijn.
7. Tot slot beroept eiser zich op de wederzijdse afhankelijkheid tussen zijn broer in Nederland en zichzelf enerzijds, en zijn neefjes en zijn zoon in Egypte anderzijds. Eiser wenst zich te herenigen met zijn zoon en wil hem niet alleen achterlaten in Egypte. Hoewel de rechtbank deze wens van eiser begrijpt, wordt in de Dublinprocedure uitsluitend beoordeeld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag. De Dublinprocedure is niet bedoeld als alternatieve route naar een verblijfsrecht op reguliere gronden. Voor zover eiser zich beroept op artikel 8 van Pro het EVRM is voor toetsing aan deze bepaling in de onderhavige procedure derhalve geen plaats.
8. De slotsom luidt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen aanleiding is om de behandeling van eisers asielaanvraag, ondanks de verantwoordelijkheid van Spanje, op zich te nemen.
9. Het beroep is ongegrond.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2023 door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Verordening 604/2013.
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4.Handvest voor de Grondrechten van de Europese Unie.
5.Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.