ECLI:NL:RBDHA:2023:12464

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 augustus 2023
Publicatiedatum
21 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.13324 en NL23.13326
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen niet-in behandeling name asielaanvragen wegens vertrek uit Nederland

Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen van 10 november 2022 niet in behandeling zijn genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, aangezien dit niet noodzakelijk werd geacht. De staatssecretaris informeerde de rechtbank dat eisers op respectievelijk 10 en 25 mei 2023 met onbekende bestemming uit Nederland zijn vertrokken. De gemachtigde van eisers gaf aan geen contact meer te hebben met hen.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State betekent vertrek met onbekende bestemming zonder contact dat de vreemdeling geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en dus geen procesbelang meer heeft. De rechtbank concludeert dat eisers geen procesbelang meer hebben en verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.13324 en NL23.13326

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 augustus 2023 in de zaak tussen

[eiseres 1] , v-nummer: [nummer] , eiseres 1

[eiseres 2], v-nummer: [nummer] , eiseres 2
samen: eisers
(gemachtigde: mr. C.G.J.M. Lucassen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eisers tegen de besluiten van 25 april 2023, waarin de staatssecretaris de asielaanvragen van eisers van 10 november 2022 niet in behandeling heeft genomen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaken
niet nodig is. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de beroepen ontvankelijk zijn.
Heeft eiser nog procesbelang?
3 De staatssecretaris heeft in het bericht van 12 mei 2023 aan de rechtbank laten weten dat eiseres 1 op 10 mei 2023 door het COa geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. Op 15 mei 2023 heeft de staatssecretaris de rechtbank laten weten dat eiseres 2 op 25 april 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eisers heeft op 25 mei 2023 laten weten geen contact meer te hebben met beide eisers.
3.1.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft en waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt. [2]
3.2.
Gelet op deze rechtspraak en het bericht van de gemachtigde van eisers van 25 mei 2023 neemt de rechtbank aan dat eisers kennelijk geen prijs meer stellen op de door hen aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eisers hebben daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroepen.

Conclusie en gevolgen

4. De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Steenbeek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht maakt dit mogelijk.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:579.