ECLI:NL:RBDHA:2023:12479
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen inreisverbod wegens overschrijding vrije termijn visum
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hem een inreisverbod van twee jaar is opgelegd wegens het overschrijden van de vrije termijn van zijn visum. De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk behandeld, zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De staatssecretaris had eerder een terugkeerbesluit uitgevaardigd waarin eiser werd verplicht Nederland binnen 28 dagen te verlaten. Dit besluit is onherroepelijk omdat eiser hiertegen geen rechtsmiddelen heeft ingesteld. Het inreisverbod is opgelegd omdat eiser de vrije termijn van zijn Schengenvisum, dat in 2017 was verstreken, met meer dan 2000 dagen heeft overschreden.
Eiser voerde aan dat hij zich al op de luchthaven bevond en van plan was Nederland te verlaten, en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd wanneer de vrije termijn was verlopen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd en dat het feit dat eiser zich op de luchthaven bevond dit niet verandert.
Verder stelde eiser dat hij gehoord had moeten worden voor het opleggen van het inreisverbod, maar de rechtbank stelt dat de staatssecretaris de hoorplicht niet heeft geschonden omdat eiser in de gelegenheid was gesteld een zienswijze in te dienen op het voornemen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.