Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam 1], verzoekster v-nummer: [naam 2], verzoekerv-nummer: [nummer] te noemen: verzoekers
Tima Beksultanov
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben bij twee afzonderlijke besluiten van 23 juni 2023 verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Polen volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van deze aanvragen.
Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
Omdat de rechtbank bij een eerdere uitspraak op dezelfde dag al heeft beslist over het beroep van verzoekers, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen en de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan.