ECLI:NL:RBDHA:2023:12524
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 3 mei 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris moest volgens de Vreemdelingenwet 2000 binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden bij een grote instroom van aanvragen. De beslistermijn werd verlengd met negen maanden door het WBV 2022/22, wat door de rechtbank als rechtsgeldig werd beoordeeld.
Eiser stelde de staatssecretaris op 20 januari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 10 februari 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken, waardoor het beroep niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.H. de Groot en griffier A.J. Kinds, en is openbaar gemaakt op 22 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.