ECLI:NL:RBDHA:2023:12533
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens verantwoordelijkheid Denemarken
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Tijdens de procedure gaf de gemachtigde van verzoeker aan dat verzoeker en hij niet bij de zitting aanwezig zouden zijn. De rechtbank vroeg de verweerder om toestemming om de zitting achterwege te laten, welke werd verleend. De rechtbank sloot daarop het onderzoek.
Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.13455), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag niet door Nederland maar door Denemarken behandeld moet worden.