Eiser ontving een TOZO-uitkering over de periode januari-februari 2021, welke door verweerder werd ingetrokken en teruggevorderd. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting nam de gemachtigde van verweerder het standpunt in dat het bestreden besluit onjuist was en dat een nieuw besluit op bezwaar zou volgen met een nieuw onderzoek en mogelijkheid tot hoor en wederhoor.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder het griffierecht van €49,- aan eiser moet vergoeden. Eiser was niet aanwezig bij de zitting. De uitspraak werd openbaar gedaan op 7 augustus 2023.