ECLI:NL:RBDHA:2023:12635
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft de beslistermijn verlengd, maar heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen plus verlenging van drie maanden een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat de termijn is verstreken zonder besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. Gezien de aard van de aanvraag, namelijk gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning, wordt een langere beslistermijn van vier weken opgelegd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €418,50 en de vergoeding van het griffierecht van €184 aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vier weken alsnog te beslissen onder dreiging van dwangsommen en vergoedt proceskosten aan eiser.