ECLI:NL:RBDHA:2023:12636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op machtiging tot voorlopig verblijf in kader nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, heeft overschreden zonder een besluit te nemen.
Na een geldige ingebrekestelling en het verstrijken van de wettelijke termijnen, oordeelt de rechtbank dat het beroep kennelijk gegrond is. Verweerder krijgt een herstelverzuimmogelijkheid om de aanvragen compleet te maken, waardoor een langere beslistermijn van twintig weken passend is.
De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen en stelt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 vast voor het geval van overschrijding. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen en de proceskosten van eisers.
De uitspraak is gebaseerd op de toepasselijke artikelen van de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, met verwijzing naar eerdere jurisprudentie over bijzondere gevallen bij gezinshereniging. Hiermee wordt de rechtsbescherming van eisers gewaarborgd tegen onredelijke vertraging door het bestuursorgaan.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.