ECLI:NL:RBDHA:2023:12637
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft nagelaten binnen de wettelijke termijn van 90 dagen te beslissen en heeft de beslistermijn weliswaar met drie maanden verlengd, maar ook daarna geen besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de termijn voor besluitvorming is verstreken en dat eisers rechtsgeldig ingebreke zijn gesteld. Het beroep is tijdig ingediend en wordt gegrond verklaard. De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 7.500 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442 en de proceskosten van eisers, waaronder het griffierecht. De rechtbank motiveert de langere beslistermijn vanwege de bijzondere aard van de aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning en verwijst naar eerdere jurisprudentie.
De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.