ECLI:NL:RBDHA:2023:12640
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 uiterlijk 2 april 2023 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde verweerder op 25 mei 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende op 11 juli 2023 het beroep in, dat tijdig en kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt. Verweerder had aangegeven een herstelverzuimmogelijkheid te willen bieden om de aanvraag compleet te maken. Daarom legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van reeds verbeurde dwangsommen van €1.442, proceskosten van €418,50 en vergoeding van het griffierecht van €184. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 18 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom.