ECLI:NL:RBDHA:2023:12650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Nederland Duitsland verantwoordelijk acht voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank overweegt dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van verdragsverplichtingen door Duitsland. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland zijn verplichtingen niet nakomt of dat hij geen klacht kan indienen bij Duitse autoriteiten. Zijn stelling dat zijn aangifte in Duitsland niet is opgenomen, is onvoldoende onderbouwd.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de staatssecretaris terecht vasthoudt aan de geboortedatum zoals vermeld op het Ausweiss, aangezien eiser geen identificerende documenten heeft overgelegd die een andere geboortedatum aantonen.
Ten slotte heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij werd gevolgd en daardoor niet veilig naar buiten kon, zodat de staatssecretaris geen aanleiding had om de aanvraag zelf in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen en dat overdracht aan Duitsland mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt niet in behandeling genomen vanwege verantwoordelijkheid van Duitsland.