Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, van Nigeriaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk bij besluit van 15 juni 2023. Verzoekster stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 2 augustus 2023. Omdat op dezelfde dag een uitspraak werd gedaan in de bodemzaak, achtte de rechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk en wees het verzoek af.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris wel tot betaling van proceskosten aan de gemachtigde van verzoekster, vastgesteld op € 837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Dit bedrag wordt rechtstreeks aan de rechtsbijstandverlener betaald omdat verzoekster een toevoeging heeft ontvangen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van € 837,- proceskosten aan de gemachtigde van verzoekster.