ECLI:NL:RBDHA:2023:12701
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland op grond van Dublinverordening
Eisers, waaronder een moeder en haar minderjarige kinderen, hadden een asielaanvraag ingediend in Nederland, die de staatssecretaris niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen dit besluit.
Eisers voerden aan dat Nederland de aanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening toch in behandeling moest nemen, vanwege de belangen van de kinderen, een psychische aandoening van de moeder en het risico op indirect refoulement. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de kinderen en de psychische aandoening onvoldoende waren onderbouwd om af te wijken van de Dublinverordening.
Ook het betoog over het risico op indirect refoulement werd verworpen, omdat Duitsland het verzoek tot terugname had aanvaard en er geen concrete aanwijzingen waren dat Duitsland de eisers zou overdragen aan Griekenland. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de discretionaire bevoegdheid van artikel 17 terecht Pro niet had toegepast en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eisers is ongegrond verklaard en de asielaanvraag terecht niet in behandeling genomen.