ECLI:NL:RBDHA:2023:12704
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening (EU) nr. 604/2013 is vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op 25 juli 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Eiser stelde dat het claimverzoek ongeldig was vanwege een naamverschil, maar dit werd verworpen omdat uit het proces-verbaal bleek dat eiser de naam gebruikte waarop het verzoek was gebaseerd.
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat de Staatssecretaris terecht geen aanleiding zag om de asielaanvraag zelf in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De stelling van eiser dat er sprake zou zijn van discriminatie en dat Spanje zijn asielverzoek niet adequaat zou behandelen, was onvoldoende onderbouwd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.