Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[minderjarige], verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, waaronder een minderjarige, hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om hun asielaanvragen niet in behandeling te nemen. De grond hiervoor was dat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van hun asielaanvragen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 25 juli 2023 behandeld, waarbij verzoekers werden bijgestaan door hun gemachtigde en een tolk aanwezig was. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien het feit dat de rechtbank bij uitspraak van dezelfde datum in de hoofdzaak reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier M.A.W.M. Engels, uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.