Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 21 juni 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak op 2 augustus 2023, waarbij de gemachtigden van beide partijen en een tolk aanwezig waren. Verzoeker nam deel via telehoorverbinding.
Bij uitspraak in de bodemzaak (zaaknummer NL23.18798) is het beroep gegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837,-, omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift had ingediend. Er werden geen verdere kosten vergoed.
De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, en uitgesproken op 11 augustus 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege gegrondverklaring van het beroep in de bodemzaak.