Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[minderjarige 2],V-nummer: [V-nummer],
[minderjarige 3], V-nummer: [V-nummer], samen; verzoekers
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, bestaande uit een gezin met minderjarige kinderen, hebben een herhaalde aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 juni 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit hebben verzoekers beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft beide verzoeken op 3 augustus 2023 behandeld, waarbij verzoekers en hun gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van verweerder en een tolk.
De voorzieningenrechter overweegt dat op dezelfde dag als deze uitspraak is gedaan op het beroep zelf, waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.