ECLI:NL:RBDHA:2023:12728

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 augustus 2023
Publicatiedatum
25 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.22012
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid voortduring maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000

Eiser is op 3 mei 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van deze maatregel bevestigd tot het moment van het sluiten van dat onderzoek op 25 mei 2023.

Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd over de voortzetting van de maatregel en een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd, waarna verweerder een verweerschrift indiende. De rechtbank besloot af te zien van een mondeling onderzoek.

De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting van eiser naar Marokko nog steeds aanwezig is, mede gebaseerd op recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verweerder voert regelmatig vertrekgesprekken met eiser en onderhoudt contact met de Marokkaanse autoriteiten, maar heeft de uitzetting nog niet kunnen bespoedigen.

De rechtbank constateert dat er een risico bestaat dat eiser zich aan toezicht zal onttrekken en dat een lichter middel dan bewaring de uitzetting niet zou bevorderen. Daarom is de belangenafweging in het nadeel van eiser uitgevallen en wordt de voortzetting van de maatregel als rechtmatig beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De voortzetting van de maatregel van bewaring is rechtmatig verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.22012
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]

(gemachtigde: mr. M.I. Vennik), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

Verweerder heeft op 3 mei 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft de rechtmatigheid van deze maatregel van bewaring al eerder getoetst. Uit de uitspraak van deze zittingsplaats van 25 mei 20231 volgt dat de bewaring tot het moment van sluiten van dat onderzoek rechtmatig was.
Verweerder heeft de rechtbank door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld en een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier een reactie op gegeven. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. De rechtbank is van oordeel dat het zicht op uitzetting van eiser naar Marokko nog steeds niet ontbreekt. De rechtbank sluit daarbij aan bij de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 november 2022 en 16 mei 20232.
2. Bij de rechterlijke toets of verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser, dient de rechtbank het geheel aan handelingen ter voorbereiding van de uitzetting in ogenschouw te nemen. Verweerder heeft met regelmaat vertrekgesprekken gevoerd met eiser, dan wel getracht te voeren, laatstelijk op 3 augustus 2023. Daarnaast
rappelleert verweerder ook met regelmaat bij de Marokkaanse autoriteiten, laatstelijk op 21 juli 2023. Het is niet gebleken dat verweerder de uitzetting van eiser heeft kunnen bespoedigen door méér of andere handelingen te verrichten. De rechtbank oordeelt dat verweerder vooralsnog voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser.
3. Er is onverkort een risico dat eiser zich aan het toezicht op vreemdeling zal onttrekken. Verder is er geen garantie dat de uitzetting van eiser zal worden gerealiseerd indien aan hem een lichter middel dan de maatregel van bewaring wordt opgelegd. Terecht heeft verweerder de belangenafweging in het nadeel van eiser laten uitvallen.
4. De rechtbank komt tot de conclusie dat de voortduring van de maatregel van bewaring van eiser nog steeds rechtmatig is. Hieruit vloeit voort dat er geen aanleiding is om een proceskostenveroordeling toe te kennen.

Beslissing

De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring onverkort rechtmatig is.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 augustus 2023

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.