ECLI:NL:RBDHA:2023:12746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen terugvorderingsbesluit na eervol ontslag bij Defensie
Eiseres heeft op eigen verzoek eervol ontslag gekregen bij Defensie met een terugbetalingsverplichting. Het primaire besluit hierover werd niet formeel aan haar bekendgemaakt, waardoor zij pas via de loonstrook van november 2022 op de hoogte was van de terugvordering. Zij diende daarop op 1 december 2022 bezwaar in, maar dit was buiten de wettelijke termijn.
De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbaarheid. Eiseres betoogde dat zij het besluit niet kende en daarom te laat was. De rechtbank stelde vast dat het primaire besluit aan het juiste adres was gericht, maar dat de staatssecretaris geen bewijs had van correcte verzending.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat eiseres eerder bekend had kunnen zijn met het besluit, gelet op haar handelingen en het feit dat zij op de hoogte was van de terugbetalingsverplichting. Het had op haar weg gelegen om navraag te doen bij het uitblijven van een formeel besluit. Daarom was het bezwaar te laat en niet verschoonbaar.
De rechtbank merkte op dat het inhoudelijke bezwaar waarschijnlijk ongegrond zou zijn geweest. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbaarheid.