ECLI:NL:RBDHA:2023:12747
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaartermijn overschreden bij terugbetalingsverplichting duikopleiding, beroep ongegrond verklaard
Eiser kreeg op 8 februari 2022 een terugbetalingsverplichting opgelegd voor een gevolgde duikopleiding bij Defensie. Hij maakte pas op 8 februari 2023 bezwaar tegen dit besluit, ruim na de wettelijke bezwaartermijn. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en betwistte de verschoonbaarheid.
Eiser voerde aan dat hij het besluit niet eerder had ontvangen en dat de termijn pas vanaf januari 2023 zou zijn gaan lopen, toen hij het volledige dossier ontving. Ook stelde hij dat het bestuursorgaan hem onterecht op verkeerde instructies had gewezen, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De rechtbank oordeelde dat uit de communicatie geen toezeggingen blijken die het beroep op het vertrouwensbeginsel rechtvaardigen.
De rechtbank volgde verweerder en stelde dat eiser, ondanks contact via zijn gemachtigde, niet tijdig bezwaar had gemaakt. Volgens vaste rechtspraak moet een belanghebbende binnen twee weken na kennisname van het besluit bezwaar maken om verschoonbaarheid te kunnen aannemen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Ter zitting lichtte eiser toe dat hij de duikopleiding nog gebruikt, maar plannen heeft voor ander werk waardoor het terug te betalen bedrag hoog is. Verweerder bevestigde dat het bedrag correct is vastgesteld. De rechtbank wees het beroep af op formele gronden zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.