ECLI:NL:RBDHA:2023:12762

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 augustus 2023
Publicatiedatum
28 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.22534
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet 2000Art. 96, derde lid, Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring

Eiser is sinds 5 april 2023 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en heeft de rechtmatigheid van het voortduren van de bewaring getoetst vanaf de datum van de eerdere uitspraak van 6 juli 2023. Eiser betoogt dat er geen redelijk vooruitzicht is op uitzetting omdat de Marokkaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de aanvraag van een laissez passer en zijn nationaliteit nog niet is bevestigd.

De rechtbank overweegt dat verweerder voldoende inspanningen levert door de Marokkaanse autoriteiten schriftelijk te rappelleren en regelmatig vertrekgesprekken met eiser te voeren. Eiser heeft onvoldoende medewerking verleend aan zijn uitzetting, bijvoorbeeld door niet te trachten documenten te verkrijgen die zijn identiteit en nationaliteit bevestigen.

Verder acht de rechtbank de belangenafweging in het licht van de duur van de bewaring niet zodanig dat de maatregel onrechtmatig voortduurt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.22534
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Benayad), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Lorier).

Procesverloop

Verweerder heeft op 5 april 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd. Vervolgens heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 10 augustus 2023 gesloten en heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 2000.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 6 juli 2023 (in de zaak NL23.18595) volgt dat de maatregel
van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser voert aan dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is. Tot op heden is er geen reactie van de Marokkaanse autoriteiten op de aanvraag voor een laissez passer (lp) gekomen en er is ook nog geen afspraak voor een presentatie in persoon bij deze autoriteiten. Eisers nationaliteit is nog niet bevestigd en het ziet er niet naar uit dat er op korte termijn een lp zal worden afgegeven voor eiser.
5. De rechtbank overweegt dat verweerder afhankelijk is van de Marokkaanse autoriteiten, dat het onderzoek nog loopt en dat de Marokkaanse autoriteiten niet op voorhand te kennen hebben gegeven dat zij geen lp zullen verstrekken voor eiser. Daarnaast werkt verweerder voldoende voortvarend aan eisers uitzetting door schriftelijk te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten (laatstelijk op 21 juli 2023) en regelmatig vertrekgesprekken met eiser te voeren (laatstelijk op 3 augustus 2023). Verder geldt onverminderd dat op eiser de plicht rust om zijn actieve en volledige medewerking te verlenen aan zijn uitzetting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aangetoond dat hij hieraan afdoende invulling heeft gegeven. Zo heeft eiser niet geprobeerd aan documenten te komen waarmee hij zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen. Dat eiser in vreemdelingenbewaring zit, is geen excuus. De beroepsgrond slaagt niet.
6. Eiser voert vervolgens aan dat zijn belang dient te prevaleren en meent dat de toepassing van de maatregel in strijd is met de Vw, dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is.
7. Over wat eiser in het kader van de belangenafweging aanvoert, oordeelt de rechtbank dat er geen feiten of omstandigheden zijn die, gelet op de duur van deze bewaring, voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn de bewaring op te heffen. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
8. Ook met inachtneming van de ambtshalve toetsing waartoe de rechtbank gehouden is, is er geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring onrechtmatig voortduurt.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 augustus 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.