ECLI:NL:RBDHA:2023:12768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen wijziging bijstandsuitkering naar norm verblijvende in instelling
Eiser ontvangt sinds 2012 bijstand en is vanaf 22 oktober 2020 opgenomen in een kliniek die als een inrichting wordt aangemerkt. Verweerder wijzigde de bijstandsuitkering per 1 december 2020 naar de lagere norm voor verblijvenden in een instelling en vorderde terugbetaling van €1.318,69 over de periode 1 december 2020 tot en met 31 januari 2021.
Eiser betwistte deze wijziging en terugvordering, stellende dat hij recht heeft op de norm voor een alleenstaande vanwege verblijf in het weekend thuis, hogere noodzakelijke kosten had en verwees naar afwijkend beleid in andere gemeenten. Ook voerde hij aan dat terugvordering zijn mentale gezondheid zou schaden en dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat hij hogere kosten had die niet door de lagere norm werden gedekt en dat de afwijking van beleid door andere gemeenten niet tot een ander oordeel leidt vanwege beleidsvrijheid. Dringende redenen voor het afzien van terugvordering zijn niet aannemelijk gemaakt. De nieuwe beroepsgrond over het evenredigheidsbeginsel is te laat ingebracht en wordt niet behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot wijziging van de bijstandsuitkering en terugvordering wordt ongegrond verklaard.