Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 augustus 2023 in de zaak tussen
Genmab A/S, gevestigd in Kopenhagen, Denemarken, eiseres
Octrooicentrum Nederland, verweerder
Inleiding
Head IP Neuroscience & Regulatory Exclusivitybij [bedrijfsnaam 1]), [naam 2] (
Senior IP Counselbij [bedrijfsnaam 1]) en [naam 3] (octrooigemachtigde bij [bedrijfsnaam 2]), bijgestaan door haar advocaat mr. Kleemans, voornoemd, alsmede door mrs. J.D. Drok en A.F. Tadema, advocaten te Amsterdam. Van de zijde van OCNL is ter zitting verschenen zijn gemachtigde vergezeld van mr. [naam 4] (jurist bij OCNL). Verder waren aanwezig H. Bos en R. Gras (beiden tolk).
Beoordeling door de rechtbank
Human monoclonal antibodies against CD20”, met gelding voor onder meer Nederland, is op 11 januari 2012 verleend (hierna: het stofoctrooi).
relapsing multiple sclerose(hierna: MS). Die toepassing van ofatumumab heeft Genmab beschermd met Europees octrooi EP 3 284 753 (hierna: het MS-octrooi), getiteld “
Human monoclonal antibodies against CD20 for use in the treatment of multiple sclerosis”. Het op 21 februari 2018 van kracht geworden MS-octrooi met gelding voor onder meer Nederland, is verleend op basis van een door Genmab van (de aanvrage van) het stofoctrooi afgesplitste aanvrage derhalve met dezelfde aanvraagdatum (17 oktober 2003). Het MS-octrooi is zodoende geldig tot 17 oktober 2023.
Santen, ECLI:EU:C:2020:531) (hierna: het arrest Santen), zich op het standpunt gesteld dat de handelsvergunning voor KESIMPTA niet de eerste vergunning is voor het in de handel brengen van het product ofatumumab als geneesmiddel als bedoeld in artikel 3 onder Pro d) van de ABC-verordening [2] . Onderzoek, zoals in het onderhavige geval, dat heeft geleid tot een octrooi en een handelsvergunning die zijn gericht op een tweede of volgende toepassing van een reeds krachtens een eerdere vergunning – in dit geval de handelsvergunning voor ARZERRA – in de handel gebracht product, komt niet voor een ABC in aanmerking, aldus OCNL in het bestreden besluit.
diverging opinionsbinnen de Europese Unie. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat deze (unieke) zaak de eerste zaak is waarin een aanvraag voor een ABC voor ofatumumab op basis van de handelsvergunning voor KESIMPTA en het MS-octrooi, bij een rechter voorligt, acht Genmab het aangewezen om – indien de rechtbank de ongegrondverklaring van het beroep zou overwegen – het geding te verwijzen naar het HvJ van de Europese Unie voor de beantwoording van prejudiciële vragen.
Astrazeneca, ECLI:EU:C:2014:28) waaruit blijkt dat de vraag óf de vergunninghouder – in die zaak vanwege een geschorste vergunning – effectief in staat is geweest om het betrokken geneesmiddel in de handel te brengen (en bijgevolg ook de mate van (verkoop)succes) niet relevant is. Overigens is ARZERRA op basis van de eerdere vergunning wel degelijk effectief in de handel gebracht, zo heeft OCNL onweersproken aangevoerd.