ECLI:NL:RBDHA:2023:12837
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 14 oktober 2022 ingediend en de ontvangst bevestigd op 2 november 2022. De beslistermijn van 90 dagen werd met drie maanden verlengd, maar na ingebrekestelling op 7 juni 2023 is geen besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van het besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank stelt een termijn van twintig weken na verzending van deze uitspraak vast waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast wordt een bestuurlijke dwangsom van €1.442 vastgesteld wegens overschrijding van de termijn zoals bedoeld in artikel 4:17 Awb Pro. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier S.D.C.J. Verheezen en zonder zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.