ECLI:NL:RBDHA:2023:12838
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 11 oktober 2022 ingediend, waarna de staatssecretaris de beslistermijn verlengde tot zes maanden. Na het verstrijken van deze termijn stelde eiser de staatssecretaris in gebreke en diende vervolgens een beroepschrift in.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en verklaart het beroep gegrond. De rechtbank legt een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de staatssecretaris reeds €1.442 aan bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd en veroordeelt de rechtbank hem tot betaling hiervan aan eiser. Ook worden de proceskosten van €418,50 en het griffierecht van €184 aan eiser toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 23 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen bij overschrijding.