ECLI:NL:RBDHA:2023:1284

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 februari 2023
Publicatiedatum
8 februari 2023
Zaaknummer
AWB 21/4580
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing opheffing inreisverbod

Verzoeker heeft bij besluit van 5 juli 2021 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag tot opheffing van een inreisverbod van tien jaar. Hiertegen heeft hij beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting en vastgesteld dat het onderliggende beroep inmiddels ongegrond is verklaard in een aparte uitspraak. Hierdoor is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Op grond hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de opheffing van het inreisverbod is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/4580

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.C.M. van Schijndel),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigden: mr. A.E. van Midden en mr. C.H.H.P.M. Kelderman).

Procesverloop

Bij besluit van 5 juli 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om opheffing van zijn inreisverbod voor de duur van tien jaren afgewezen.
Verzoeker heeft beroep (AWB 21/4578) ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet zal worden uitgezet voordat op het beroep is beslist.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Verzoeker heeft drie aanvullingen op de gronden van het verzoek ingediend.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag in de zaak met nummer AWB 21/4578 heeft de rechtbank het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Het verzoek wordt om die reden als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 1 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.