ECLI:NL:RBDHA:2023:12863

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
29 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.3483
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens inwilliging aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf

Eiseres, een vrouw van Myanmarese nationaliteit, diende op 15 november 2021 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na uitblijven van een tijdige beslissing stelde zij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 16 januari 2023 in gebreke en stelde vervolgens op 4 februari 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.

De staatssecretaris heeft op 20 juli 2023 de aanvraag ingewilligd en een dwangsom verbeurd. Hierdoor is het beroep tegen het niet tijdig beslissen feitelijk komen te vervallen, waardoor de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaart.

De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep, maar veroordeelt de staatssecretaris wel in de proceskosten van €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.

De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt op 29 augustus 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3483

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum]
van Myanmarese nationaliteit,
eiseres,
v-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 15 november 2021 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Bij brief van 16 januari 2023 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Eiseres heeft vervolgens op 4 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Verweerder heeft op 20 juli 2023 de aanvraag ingewilligd en een dwangsom verbeurd.
Desgevraagd heeft eiseres meegedeeld het beroep te handhaven voor wat betreft de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting

Overwegingen

1. Voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op eiseres haar aanvraag, dient te worden vastgesteld dat met de inwilliging van deze aanvraag aan het beroep is tegemoetgekomen zodat eiseres gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer heeft.
2. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Omdat eiseres vanwege het niet tijdig beslissen op haar aanvraag beroep heeft kunnen instellen, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 837,- en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.