ECLI:NL:RBDHA:2023:1288
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening gronden asielaanvraag Dublinprocedure
Eiser diende een asielaanvraag in die door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank behandelde het beroep op 2 februari 2023, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen waren. Het beroepschrift bevatte geen gronden, waarop de rechtbank eiser verzocht binnen vijf werkdagen alsnog gronden in te dienen. Eiser diende deze echter pas op 21 januari 2023 in, wat te laat was zonder verontschuldiging.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Tevens overwoog de rechtbank dat, ondanks het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat onder bijzondere omstandigheden een procedureregel niet tegen een vreemdeling mag worden toegepast, in deze zaak geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een uitzondering rechtvaardigen.
Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van de gronden van beroep.