ECLI:NL:RBDHA:2023:12884
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning niet-tijdelijk humanitaire gronden wegens verplaatsing hoofdverblijf buiten Nederland
Eiseres, geboren in 1991 en van Marokkaanse nationaliteit, had sinds 2012 een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'niet-tijdelijk humanitaire gronden'. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht in per 3 december 2015 omdat eiseres haar hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst. Tevens werden aanvragen tot verlenging afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Eiseres maakte pas in 2022 bezwaar tegen het primaire besluit uit 2017, wat verweerder niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat het eigen risico van eiseres was dat zij niet tijdig bezwaar maakte, ondanks haar psychische problemen en verblijf in Marokko, omdat zij hulp had kunnen inschakelen om haar belangen in Nederland te behartigen.
De rechtbank bevestigde dat de intrekking van de verblijfsvergunning rechtmatig was, omdat eiseres geen verblijfsrecht meer had op het moment van de verlengingsaanvragen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het bezwaarschrift tegen het primaire besluit is niet-ontvankelijk wegens te late indiening.