ECLI:NL:RBDHA:2023:12885
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning arbeid wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Eiser, een langdurig ingezetene van de EU met Afghaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst bij een horecabedrijf in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser niet kon aantonen twaalf maanden legale arbeid te hebben verricht en geen tewerkstellingsvergunning had overgelegd, wat volgens het geldende beleid verplicht is.
Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard door verweerder omdat eiser geen inhoudelijke bezwaargronden had ingediend, ondanks een herstelmogelijkheid. Eiser stelde in beroep dat verweerder het UWV-advies had moeten afwachten en dat er verwarring was over de aanvraagprocedure.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard, omdat eiser geen gebruik had gemaakt van de herstelmogelijkheid en geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die een langere termijn rechtvaardigden. De stelling over het UWV-advies werd verworpen omdat het advies pas volgt na een complete aanvraag, en eiser zelf verantwoordelijk was voor een volledige aanvraag.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het primaire besluit in stand bleef en eiser geen vergoeding van proceskosten kreeg. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Nooijen op 28 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar wordt ongegrond verklaard.