ECLI:NL:RBDHA:2023:12888

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
29 augustus 2023
Zaaknummer
NL22.26307
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking voorlopige voorziening en proceskostenveroordeling wegens nareismaatregel

Verzoekers, allen van Turkse nationaliteit, hadden een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd onder de beperking 'nareis'. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had dit primaire besluit op 6 december 2022 ingewilligd. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

Bij besluit van 6 januari 2023 werd het bezwaar gegrond verklaard en werd het eerdere standpunt van verweerder herzien, waardoor verzoekers de mvv-sticker per direct mochten ophalen bij de ambassade. Naar aanleiding hiervan trokken verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening in en verzochten zij om proceskostenvergoeding.

De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aan het bezwaar tegemoet was gekomen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten. Verzoekers waren vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: De voorlopige voorziening is ingetrokken en verweerder is veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.26307

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker 1], V-nummer: [v-nummer 1];

[verzoeker 2], V-nummer: [v-nummer 2];
[verzoeker 3],V-nummer: [v-nummer 3];
[verzoeker 4], V-nummer: [v-nummer 4];
allen van de Turkse nationaliteit, hierna te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. C.J. Ullersma),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: R. Dalhuizen)

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2022 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekers voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) onder de beperking ‘nareis’ ingewilligd.
Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening (NL22.26307) te treffen.
Bij besluit van 6 januari 2023 (besluit op bezwaar) heeft verweerder het bezwaar van verzoekers gegrond verklaard.
Naar aanleiding hiervan hebben verzoekers het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken, tegelijk met het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in deze voorlopige voorzieningsprocedure.
Verweerder heeft op 23 januari 2023 een verweerschrift ingediend en meegedeeld dat hij zich verzet tegen een proceskostenveroordeling.
Verzoekers hebben op 21 februari 2023 een nadere reactie op dit verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Op grond van vaste rechtspraak [1] van de hoogste bestuursrechter is van ‘tegemoetkomen’ in de zin van artikel 8:75a, eerste lid van de Awb sprake indien het bestuursorgaan een in het primaire besluit ingenomen standpunt, die binnen de grenzen van het geding in bezwaar valt, heeft herzien en het door de indiener van het bezwaarschrift gewenste besluit alsnog heeft genomen op gronden die een erkenning van de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit inhouden.
4. Anders dan verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder met het besluit op bezwaar van 6 januari 2023 aan het bezwaar van verzoekers is tegemoetgekomen. Verweerder heeft namelijk zijn eerdere in het primaire besluit ingenomen standpunt herzien en alsnog bepaald dat verzoekers per direct de gevraagde mvv-sticker bij de ambassade mogen ophalen.
5. Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek als kennelijk gegrond toe en dient verweerder de proceskosten aan verzoekers te vergoeden. Deze kosten worden vastgesteld op grond van het Bpb 2023 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, waarde per punt van € 837, wegingsfactor 1).
6. De voorzieningenrechter wijst erop dat verzoekers wegens betalingsonmacht zijn vrijgesteld van het betalen van het griffierecht. Er bestaat daarom geen aanleiding om verweerder op grond van artikel 8:82, zesde lid van de Awb te gelasten het griffierecht terug te betalen.

Beslissing

De voorzieningenrechter
- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals
,voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van