Verzoekers, allen van Turkse nationaliteit, hadden een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd onder de beperking 'nareis'. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, had dit primaire besluit op 6 december 2022 ingewilligd. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Bij besluit van 6 januari 2023 werd het bezwaar gegrond verklaard en werd het eerdere standpunt van verweerder herzien, waardoor verzoekers de mvv-sticker per direct mochten ophalen bij de ambassade. Naar aanleiding hiervan trokken verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening in en verzochten zij om proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder aan het bezwaar tegemoet was gekomen en dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van € 837,- aan proceskosten. Verzoekers waren vrijgesteld van griffierecht wegens betalingsonmacht. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.