ECLI:NL:RBDHA:2023:12897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in vreemdelingenzaak
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende in 2018 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Deze werd in 2021 afgewezen, maar het beroep werd toen gegrond verklaard. In 2022 wees de staatssecretaris het verzoek opnieuw af, waarop eiser opnieuw beroep instelde.
Tijdens de procedure meldde de staatssecretaris dat eiser per 15 juni 2023 met onbekende bestemming was vertrokken. De rechtbank beoordeelde of eiser nog belang had bij de behandeling van het beroep. Omdat eiser geen contact meer had met zijn gemachtigde sinds vóór zijn vertrek en noch de gemachtigde noch de staatssecretaris weet waar hij verblijft, werd aangenomen dat eiser geen prijs meer stelde op bescherming.
De gemachtigde verzocht om een termijn om contact op te nemen met eiser, maar de rechtbank zag hiervoor geen aanleiding. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de beoordeling.