ECLI:NL:RBDHA:2023:12898

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juli 2023
Publicatiedatum
30 augustus 2023
Zaaknummer
NL 22.21719 VK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsverbod in vreemdelingenzaak

Verzoekster, een Nigeriaanse vrouw gehuwd met een Soedanese referent met verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen en er werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

Na een ongegrond verklaard bezwaar tegen deze beslissing, stelde verzoekster beroep in bij de rechtbank en verzocht zij om een voorlopige voorziening om haar uitzetting te voorkomen totdat op het beroep was beslist. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek op zitting op 20 april 2023.

De voorzieningenrechter oordeelde dat geen aanleiding bestond om de gevraagde voorlopige voorziening toe te wijzen, mede omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in het hoofdberoep. Het verzoek werd daarom afgewezen, zonder terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.

De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.M. van Luijk-Salomons op 19 juli 2023. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening die uitzetting zou verbieden wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.21719
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster, V-nummer: [V-nummer] ,

en haar minderjarige zoon
[minderjarige] ,V-nummer: [V-nummer] , hierna gezamenlijk te noemen: verzoekster,
(gemachtigde: mr. D.P.J. Cain),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).

Inleiding

Verzoekster is geboren op [geboortedatum] 1984 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Zij is gehuwd met [referent] (de referent), die tevens de vader van haar zoontje is. De referent heeft de Soedanese nationaliteit en is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Op 28 januari 2022 heeft verzoekster een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, voor verblijf bij referent op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
In het besluit van 6 mei 2022 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Tevens heeft verweerder aan verzoekster een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
In het besluit van 19 oktober 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer NL22.21717). Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met zaaknummer NL22.21717, op 20 april 2023 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, vergezeld door referent en bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Abdelnour. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De gevraagde voorziening strekt ertoe de uitzetting te verbieden totdat is beslist op het beroep. Er is geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, omdat de rechtbank bij uitspraak van heden op dit beroep heeft beslist.
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Verzoekster krijgt het betaalde griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 juli 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.