ECLI:NL:RBDHA:2023:1290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verwijzing
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 8 december 2022 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag.
Verzoeker vroeg tevens om een voorlopige voorziening, die samen met een vergelijkbare zaak op 2 februari 2023 door de voorzieningenrechter is behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.25208) al een beslissing heeft genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het onderliggende beroep reeds is behandeld.