ECLI:NL:RBDHA:2023:12902

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 augustus 2023
Publicatiedatum
30 augustus 2023
Zaaknummer
NL23.23725
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 96 VwArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen maatregel bewaring vreemdeling

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat de maatregel werd beëindigd, trok verzoeker het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank constateerde dat het beroep prematuur was omdat nog geen uitspraak was gedaan op een eerder ingesteld beroep tegen het voortduren van de maatregel, wat volgens de Vreemdelingenwet 2000 vereist is.

Hierdoor zou het beroep niet-ontvankelijk zijn verklaard als het niet was ingetrokken. Op grond hiervan kwam het verzoek tot proceskostenvergoeding niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook af.

De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier S.C. Spruijt en is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl. Verzoeker wordt gewezen op de mogelijkheid van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen vanwege prematuriteit van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.23725

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.H. Hillen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vw [1] opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft de maatregel op 21 augustus 2023 beëindigd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker op 23 augustus 2023 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. De rechtbank stelt vast dat ten tijde van instellen van het beroep van 19 augustus 2023 nog geen uitspraak was gedaan op het eerder, op 9 augustus 2023, ingestelde beroep van verzoeker tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Nu uit artikel 96, eerste lid, van de Vw volgt dat alleen een vervolgberoep kan worden ingediend als uitspraak is gedaan op een eerder beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Het beroep was daarom ook prematuur ingediend. De rechtbank zou het beroep daarom als het niet was ingetrokken, niet-ontvankelijk hebben moeten verklaren. Hieruit volgt dat het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten reeds hierom niet voor inwilliging in aanmerking komt.
3. De rechtbank zal het verzoek van verzoeker om verweerder te veroordelen in de proceskosten afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.