ECLI:NL:RBDHA:2023:12906
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis met oplegging dwangsommen
Eiser diende op 15 juli 2022 een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn familie. De staatssecretaris bevestigde ontvangst, maar nam niet tijdig een besluit binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, die met drie maanden was verlengd. Na ingebrekestelling door eiser op 6 april 2023 en het verstrijken van de wettelijke termijnen, stelde eiser beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van het besluit gelijkstaat aan een besluit en vernietigt dit. Gelet op de omstandigheden, waaronder het ontbreken van aanwijzingen dat nader onderzoek nodig is, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
Daarnaast wordt een bestuurlijke dwangsom van €1.442 vastgesteld wegens de overschrijding van de termijn na ingebrekestelling. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 30 augustus 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van dwangsommen.