ECLI:NL:RBDHA:2023:12907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf in kader nareis
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvragen om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van de staatssecretaris op grond van de Vreemdelingenwet 2000 is overschreden, ondanks een verlenging van de termijn. Eisers hebben de staatssecretaris rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep tijdig ingediend.
De rechtbank oordeelt dat bij aanvragen om gezinshereniging van houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt. Op grond van jurisprudentie wordt een termijn van twintig weken passend geacht waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de staatssecretaris op binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen. Daarnaast veroordeelt zij de staatssecretaris tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €418,50 aan eisers. Het verzoek om griffierechtvrijstelling wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig genomen besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen twintig weken alsnog te beslissen onder oplegging van een dwangsom.