Verzoekster diende een aanvraag in bij het UWV voor een uitkering op grond van de Wet WIA, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, waarna verzoekster beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. Tijdens de procedure heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld het besluit te herstellen, waarna het UWV het eerdere besluit introk en een IVA-uitkering toekende met terugwerkende kracht.
Naar aanleiding van deze tegemoetkoming trok verzoekster het beroep in en vroeg zij om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond is en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten over de beroepsfase, vastgesteld op €1.674,-. Tevens wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €50,- door het UWV moet worden vergoed.