ECLI:NL:RBDHA:2023:13010
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag uit Democratische Republiek Congo wegens gebrek aan nieuwe geloofwaardige elementen
Eiser, een burger van de Democratische Republiek Congo, diende in 2016 een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen, maar in eerste aanleg gegrond werd verklaard. Latere beslissingen wezen de aanvraag opnieuw af en verkregen formele rechtskracht. In 2021 diende eiser een herhaalde asielaanvraag in die in eerste instantie niet-ontvankelijk werd verklaard, maar na beroep werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling. De staatssecretaris wees de aanvraag in juni 2023 af als kennelijk ongegrond.
De rechtbank beoordeelde of er nieuwe elementen of bevindingen waren die de eerdere negatieve beoordeling konden veranderen. Eiser bracht onder meer een brief van UNHCR en een begeleidende brief van VluchtelingenWerk Nederland in, maar deze werden onvoldoende onderbouwd bevonden. De rechtbank stelde vast dat de geboortedatum in de UNHCR-brief afweek van de in rechte vaststaande datum, waardoor de geloofwaardigheid van de brief afnam.
Verder oordeelde de rechtbank dat de schouw in 2016, waarop de leeftijdsvaststelling was gebaseerd, geen nieuw element vormde, omdat dit al in eerdere procedures aan de orde was geweest. De gewijzigde werkinstructie uit 2018 kon niet met terugwerkende kracht worden toegepast. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag als kennelijk ongegrond.