ECLI:NL:RBDHA:2023:13012
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlenging beslistermijn opvolgende asielaanvraag
Eiseres heeft op 13 juli 2022 een opvolgende asielaanvraag ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 11 januari 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft echter op grond van het WBV 2022/22 deze termijn met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen, waardoor de beslistermijn verlengd werd tot 11 oktober 2023.
Eiseres stelde de staatssecretaris op 12 februari 2023 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende vervolgens op 2 maart 2023 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend omdat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig is en de termijn op dat moment nog niet was verstreken.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2023 waarin de verlenging van de beslistermijn onder vergelijkbare omstandigheden als rechtsgeldig werd beoordeeld. Op basis hiervan verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling na rechtsgeldige verlenging van de beslistermijn.