De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 24 augustus 2023, waarin het recht op tijdelijke bescherming van verzoeker wordt beëindigd per 4 september 2023. Verzoeker, die niet de Oekraïense nationaliteit bezit en niet voldeed aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming, verzocht om schorsing van de rechtsgevolgen van dit besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van verzoeker zwaarder weegt dan dat van de staatssecretaris en treft daarom een ordemaatregel. Deze houdt in dat verzoeker gedurende de looptijd van het beroep recht houdt op opvang en voorzieningen en werkzaamheden mag verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege de spoedeisendheid en houdt iedere verdere beslissing aan totdat het beroep definitief is beslist. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.