ECLI:NL:RBDHA:2023:13025
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij asielaanvraag afgewezen
Verzoeker, een burger van de Democratische Republiek Congo, diende op 10 juni 2016 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, maar het beroep hiertegen werd op 1 februari 2018 gegrond verklaard. Een nieuw besluit van 30 oktober 2018 wees de aanvraag opnieuw af, waarna het beroep ongegrond werd verklaard en het hoger beroep bij de Raad van State op 9 januari 2019 ongegrond werd verklaard, waardoor het besluit formele rechtskracht kreeg.
Op 25 januari 2021 diende verzoeker een herhaalde asielaanvraag in, die op 27 juli 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard. Het beroep tegen dit besluit werd op 23 januari 2023 gegrond verklaard, waarna de staatssecretaris op 20 juni 2023 het bestreden besluit nam om de aanvraag af te wijzen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker stelde een voorlopige voorziening voor het bestreden besluit, die samen met een andere zaak op 15 augustus 2023 werd behandeld. De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.18505) een voorlopige voorziening niet langer nodig was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 24 augustus 2023 in het openbaar gedaan door mr. E.E.M. van Abbe.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.