ECLI:NL:RBDHA:2023:13029
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne met tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, kreeg op 10 augustus 2023 een besluit dat zijn recht op tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt. Verzoeker stelde op 17 augustus 2023 een verzoek om voorlopige voorziening en een beroepsprocedure in tegen dit besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep naar verwachting niet leidt tot opschorting van het besluit, omdat het besluit niet betreft een verblijfsvergunning in asielzaken waarop artikel 82 Vreemdelingenwet Pro 2000 van toepassing is. Gezien de uiteenlopende uitspraken in pilotzaken en het grote aantal zaken, acht de voorzieningenrechter een zitting noodzakelijk.
Omdat verweerder de besluiten laat heeft genomen en de rechtbank niet in staat is de zaken voor 4 september 2023 inhoudelijk te behandelen, wordt bij wijze van ordemaatregel de schorsing van het besluit bevolen. Dit betekent dat verzoeker niet mag worden uitgezet, recht houdt op opvang en verstrekkingen en werkzaamheden mag verrichten zonder tewerkstellingsvergunning totdat de rechtbank beslist.
De voorzieningenrechter houdt verdere beslissing aan en stelt dat tegen deze ordemaatregel geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming worden geschorst totdat de rechtbank op het beroep en verzoek om voorlopige voorziening heeft beslist.