ECLI:NL:RBDHA:2023:13034
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure met proceskostenveroordeling
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de bodemzaak behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Gezien de uitkomst van de bodemzaak is de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €837,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier E. Mulder op 23 augustus 2023, en er is geen hoger beroep of verzet mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen en de Staatssecretaris is veroordeeld in de proceskosten van €837,-.