ECLI:NL:RBDHA:2023:13119
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres diende op 1 september 2022 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de beslistermijn op grond van een beleidsbesluit met negen maanden verlengd vanwege een groot aantal aanvragen. Hierdoor verstrijkt de beslistermijn op 1 december 2023 in plaats van 1 maart 2023.
Eiseres stuurde op 2 maart 2023 een ingebrekestelling en stelde op 17 maart 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelt dat dit beroep prematuur is omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb.
Op 8 juni 2023 werd de asielaanvraag van eiseres alsnog ingewilligd met een vergunning geldig van 1 september 2022 tot 1 september 2027. Omdat het beroep geen gronden tegen dit besluit bevat, gaat de rechtbank ervan uit dat het beroep geen betrekking heeft op het alsnog genomen besluit.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder niet in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier S. Derks op 4 september 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingediend.