De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van twee kinderen bij hun vader. De kinderen hebben een belast verleden met huiselijk geweld en wisselden vaak van verblijfplaats en opvoeder. De gecertificeerde instelling verzoekt verlenging vanwege de voortdurende problematiek en noodzaak van hulpverlening.
De moeder voert verweer en maakt zich zorgen over de opvoedsituatie bij de vader, verwijt de gecertificeerde instelling onvoldoende optreden en betwist de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De vader stemt in met het verzoek en benadrukt het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen.
De kinderrechter oordeelt dat de gronden voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing aanwezig blijven. De kinderen ontwikkelen zich goed bij de vader, maar de verstoorde verstandhouding tussen ouders en de problematische situatie bij de moeder maken voortdurende jeugdbescherming noodzakelijk. De plaatsing bij de vader wordt gecontinueerd en de maatregelen worden verlengd tot 2 juli 2024.