ECLI:NL:RBDHA:2023:13367
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit overdragen asielzoeker aan België wegens onvoldoende opvanggaranties
Eiser, een Somalische man, vroeg in Nederland asiel aan, maar de staatssecretaris weigerde de aanvraag te behandelen omdat België verantwoordelijk zou zijn op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat België niet kan worden vertrouwd vanwege structurele tekortkomingen in de opvang, met name voor alleenstaande mannen, wat een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro inhoudt.
De rechtbank oordeelde dat de Belgische autoriteiten zelf erkennen dat er een opvangcrisis is, waarbij duizenden asielzoekers op straat belanden en wachttijden van maanden gelden. De situatie voor alleenstaande mannen is bijzonder problematisch, met uitsluiting van het opvangnetwerk en langdurige procedures om opvang af te dwingen. De rechtbank concludeerde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast voor eiser.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de staatssecretaris zes weken om een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep reeds inhoudelijk was beslist. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 2.511,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-behandeling van de asielaanvraag wordt vernietigd.