ECLI:NL:RBDHA:2023:13421
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking bewaring in vreemdelingenzaak
Verzoeker had beroep ingesteld tegen de maatregel van bewaring die door verweerder was opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet. Na het verstrijken van een termijn van 75 dagen zonder beroep tegen voortduren bewaring, werd dit aangemerkt als een beroep tegen voortduren. Vervolgens heeft verweerder de bewaring opgeheven en heeft verzoeker daarop het beroep ingetrokken met een verzoek tot proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft overwogen dat de intrekking van het beroep plaatsvond nadat de maatregel van bewaring was opgeheven op basis van een belangenafweging door verweerder. Er is geen bewijs dat de maatregel onrechtmatig was geweest tijdens de duur ervan. Daarom is er geen sprake van een tegemoetkoming aan verzoeker die een proceskostenvergoeding rechtvaardigt.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter J.L. Boxum en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was.